Johnny’s metamorfose

 

Johnny van Doorn en ik scheelden een jaar of tien. Hij moet 26 geweest zijn en ik 35, toen wij een tijdlang met elkaar optrokken. Ik had, op zoek naar nieuw talent, hem gevraagd voor de Haagse Post een wekelijkse column te gaan schrijven. De metamorfose van de podiumpoëet Johnny the Selfkicker in de prozaschrijver Johnny van Doorn had de nodige voeten in de aarde. Tenminste een avond in de week eiste hij mijn onvoorwaardelijke aandacht op. Die gaf ik hem grif. Ik genoot van zijn gezelschap – zijn tomeloze gedachtenvluchten, zijn scherts, zijn tierigheid.

Door hem, flaneur van nature, kwam ik terecht in dranklokalen en sferen die ik anders nooit had leren kennen. Zijn kring van bekenden was rijkgeschakeerd. Werkmensen, onderwereld, junkies, zakenjongens, woordduivels en verfbeesten...Precies het kleurrijke, levensvolle tableau vivant dat de goudmijn is van de ware kronikeur, zo hield ik hem voor. Zulke praatjes deden zijn ontvankelijke dichtersziel goed, zeker in die voor hem cruciale periode.

Ons verbond toen een gezonde afkeer van alles wat voos en onecht was: de valse pretenties van zelfbenoemde autoriteiten, literaire woordkakkers, opgeblazen mediapersonages, het pseudo-progressieve regentendom. In die geest zette hij zijn eerste schreden op het pad van de publicistiek, maar niet dan nadat ik in mijn rol van editor heel wat stukken en probeersels van hem had afgekeurd. De vriendschap sloot gestrengheid niet uit.

Zijn doorbraak als columnist kwam tamelijk snel. Na een paar maanden ontdekte hij het ongeschonden universum van zijn jongensjaren, de jaren vijftig. Naar die bron zou hij zijn schrijversleven lang terugkeren. Het geluk dat hij toen had gekend, werd zijn leidraad. In uitgebeende, schijnbaar achteloze spreektaal vereeuwigde hij de gezegende ogenblikken die in zijn geheugen lagen opgeslagen. Dit zijn niet per se hoogtepunten van subliem inzicht of zinnelijk genot. Het zijn, integendeel, juist de vluchtige momenten van het dagelijks leven, waaraan we gewoonlijk gedachtenloos voorbijgaan.

© 2004 Kaplan
© 2004 Kaplan