In memoriam C.B. Vaandrager (1935-1992)

 

Vaandrager was iemand die hij liever niet was geweest. Hij was wantrouwig, lichtgeraakt en zwaartillend van aard. Afgunst was hem niet vreemd; vrijgevigheid ging hem slecht af. Hij was onbehouwen en opvliegend in zijn optreden. Voor geweld deinsde hij niet terug. Hij was onverdraagzaam en kon gemeen zijn; tot een ploertenstreek was hij zeker in staat. Er lag in zijn verschijning iets onberekenbaars, iets duisters. Al kon hij heel innemend zijn, hij was geen innemend mens.

Met deze ruwe trekken was hij geboren, hij groeide ermee op tussen de andere volksjongens van Charlois, en ze maakten onvervreemdbaar deel uit van hem. Tegelijkertijd was hij begiftigd met een aantal kwaliteiten die in flagrante tegenspraak waren met zijn proleterige afkomst en persoonlijkheid.

Het lijkt moeilijk te rijmen, maar Vaandrager bezat een fijnbesnaard, licht ontvlambaar gemoed en een mededogend hart. Hij paarde een scherp verstand aan een grote waarheidsliefde. Hij was uitzonderlijk taalgevoelig en beschikte over een ijzeren geheugen. Hij oordeelde streng, spaarde niemand, ook zichzelf niet.

Zijn ongeluk was dat een heldere, gewetensvolle geest als de zijne door het leven moest met een in zijn eigen ogen verachtelijk karakter. Ware het anders geweest, hij had misschien een minder rampzalig leven gekend, maar zeker had hij niet zo waar, zo eigen en met zo’n brute kracht geschreven als hij heeft gedaan.

© 2004 Kaplan
© 2004 Kaplan